Onderwijstraineeship

logo

Onderzoek Hedwig: filosofie op het Johan de Wittgymnasium

Uitgelicht op: 26-02-2018 om 16:44 in: Trainees
Onderzoek Hedwig: filosofie op het Johan de Wittgymnasium

Al vanaf dat ik begon met het OTS was voor mij duidelijk: mijn onderzoek moest gaan over filosofie. Ik werd in 2016 aangenomen om Grieks en Latijn te doceren op het Johan de Wittgymnasium in Dordrecht. Maar als ik had kunnen kiezen, dan had ik liever lesgegeven in het vak waar ik het grootste deel van mijn opleiding aan gewijd heb. Het OTS bood echter geen opleiding voor filosofie, en bovendien is er voor Grieks en Latijn veel meer baangarantie. Ook filosofen moeten realistisch zijn…

Toch bood deze situatie juist een gouden kans. Uit vooronderzoek bleek dat ongeveer driekwart van alle gymnasia in Nederland filosofie aanbiedt als eindexamenvak. Opvallend dus dat het Johan de Wittgymnasium, met als motto ‘het Schone, het Ware, het Goede’, daar niet bij hoort. Uit gesprekken bleek al snel dat veel collega’s ontevreden zijn met deze situatie. Mijn onderzoeksvraag werd aldus geboren: hoe kan er op onze school ruimte worden gemaakt voor dit prachtige vak?

Voor, tijdens en na mijn onderzoek heb ik veel gesprekken gevoerd. Met de schoolleiding, collega’s, leerlingen, de Oudervereniging, filosofiedocenten op andere scholen en de vakdidacticus op het ICLON. Literatuur over curriculumverandering en verandermanagement bevestigde mijn vermoeden: alleen op basis van vertrouwen en in een cultuur van overleg kan verandering succesvol zijn. Na de eerste gesprekken heb ik een vragenlijst opgesteld, voor collega’s en ouders. Het doel: peilen hoe zij zouden staan tegenover de introductie van filosofie, en op welke manier zij dat voor zich zagen (d.w.z.: met welke inhoudelijke accenten en in welke jaarlaag). Ook de leerlingen heb ik betrokken in het proces. De resultaten heb ik verwerkt in mijn verslag en op school gepresenteerd.

Ondertussen zijn we zover dat in overleg met de schoolleiding concreet nagedacht wordt over een aantal uur filosofie in de vierde klas. Mijn onderzoek is misschien formeel afgerond, in de praktijk zal er nog een tweede deel volgen: de keuze voor precieze onderwerpen, materiaal, en lesvormen die gehanteerd zullen worden in die uren. Ook daarvoor zullen nog de nodige gesprekken volgen, o.a. met docenten filosofie op andere scholen en gymnasia. Maar dat vind ik alleen maar leuk. Zeker nu de gesprekken lijken te leiden tot een concrete curriculumaanvulling kan ik zeggen dat ze de moeite waard zijn – voor mezelf, de school, én de leerlingen.

Hedwig Gaasterland